Ode aan het Jeroen Bosch ziekenhuis. Hoe je van 3 ziekenhuizen naar 1 ziekenhuis gaat en toch de zorg tot grote kwaliteitshoogte kunt brengen.

In den beginne…

Waren er 3. ‘s-Hertogenbosch, Den Bosch voor vrienden, telden tot 10 jaar geleden 3 niet al te grote, ziekenhuizen. Het Willem Alexander, het Groot Ziekengasthuis en het Carolus. Voor een stad als de onze een prima deal, want voor iedereen was er gemakkelijk bereikbare ziekenhuiszorg. Behalve als je naar het “Groot” moest, want dat stond letterlijk midden in het centrum van de stad. Je kon vanaf de markt met een beetje goede wil op de ramen van het Groot Ziekengasthuis spugen. Zo dicht bij het centrum van de stad stond het.

Voortschrijdend inzicht en keihard commercieel denken,

deden het bestuur van de stad en verschillende snelle jongens van allerlei pluimage, inzien dat je: A: grond gelegen in het centrum van een stad commercieel beter kon benutten als er geen ziekenhuis op stond. B: Mensen in een ziekenhuis gelegen, ook op donderdagavond en zaterdag graag wat bezoek wilde ontvangen, en dat al dat verkeer de andere mensjes die kwamen kopen, kopen, kopen, maar knap in de weg liepen.

Op de plek waar het Carolus stond, kon je ook best een kekke woonwijk kwijt

En dus ging de oogjes al snel kijken naar de locatie van het Willem Alexander ziekenhuis. Nou lag dat ziekenhuis aan de rand van de stad, en had het een achtertuin die liep tot aan Vught, Vlijmen, de A2, en weet ik welke gehuchten er in de verte nog waren te ontwaren.

Een scherpe geest heeft toen bedacht dat je daar gemakkelijk en een ziekenhuis voor heel Den Bosch, en parkeerplaatsen genoeg voor al dat bezoek, en een strakke verbinding met het openbaar vervoer moest kunnen realiseren.

Nou, zo gezegd, zo gezegd, want niets wordt hier in het Brabantse zomaar gedaan. Nee, daar moeten natuurlijk wilde nieuwe plannen voor worden ontwikkeld, vergunningen en subsidies voor worden aangevraagd en inspraakrondes voor worden gehouden. En breek een Bosschenaar zijn bek niet open, want als ie begint met praten, ziet ‘m dan nog maar ’s stil te krijgen…

Afijn, 10 jaar geleden was het nieuwe Jeroen Bosch ziekenhuis dan toch eindelijk klaar, en ze hebben me er toch een berg stenen neergeklapt… Het miljardenpaleis van Poetin en het witte huis in Washington USA hebben samen nog niet zoveel stenen als ons Jeroen Bosch ziekenhuis.

De grootste bekken vielen stil, en open, en binnen de kortste keren was de Bosschenaar eraan gewend: Ge gaot vort naar Den Bosch west, voor een ziekenhuisnest.

Je denkt dan meteen, als dat maar goed gaat. Immers drie ziekenhuizen op een kussen, God mag het weten, wat slaapt daar tussen?. Ik weet inmiddels het antwoord en daar wil ik jullie graag deelgenoot van maken..

Want hoe ze het gedaan hebben, hebben ze het gedaan, maar een waar wonder is geschiedt.

Want ondergetekende, in de wereld van zowel de geestelijke als de reguliere gezondheidszorg, aangeduid als “die lastige”, verblijft nu bijna een week in het Jeroen Bosch. En ik kan u melden: Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Ik want met echt helse buikpijn de eerste hulp op gestrompeld, met een verwijzing van de huisarts: vermoedelijk acute appendicitis. In de volksmond ook wel blinde darmontsteking. Ik leg mijn legitimatie, mijn ziekenhuispasje en mijn huisartsenbrief neer, en binnen 1 minuut wordt mij een plek aangewezen om te wachten op triage. Ik strompel de wachtruimte binnen en zie: Er zijn nog 55 wachtende voor u. Uitgaande van de oude situatie, want allang niet meer in een Bosch ziekenhuis geweest, ging ik er vanuit dat dat tot de week erop dinsdag ging duren voordat ik gezien ging worden. Ik reageerde dus ook niet toen er na een kwartiertje iemand mijn naam riep. Dat was ook helemaal niet erg, want de dame in kwestie kwam gewoon even netjes vragen of ik heel toevallig meneer Vlaminckx was, en dat bleek ik inderdaad te zijn. Met mijn klachten lang zitten, is niet fijn maar, zo bleek aldus, hoefde ook niet. Waarmee de eerste warme douche en bonuspunten gescoord waren geworden.

Triage bestond er bij mij uit: Vragen beantwoorden, bloed laten prikken, luisteren naar de uitleg.

Dat laatste lukte niet geweldig goed, waardoor ik tegen de misselijkheid op een gegeven moment toch een appelkoek heb geconsumeerd, waar nuchter blijven was verordoneerd, maar vooruit, dat werd me niet nagedragen. Ik kreeg uren later gewoon nog een keer uitgelegd dat het de bedoeling was dat ik nuchter bleef. Maar ik loop op de zaken vooruit.

Want nog tijdens de triage kreeg ik het eerste slechte nieuws. Ik moest 2 tot 3 uur wachten op de uitslagen van het bloedonderzoek in, jawel, diezelfde wachtruimte.

Zo werkt dat nou eenmaal. Op mijn lichte protest dat ik met mijn klachten het niet ging volhouden, om 2 a 3 uur te zitten, kwam geen “dikke pech, voor jou tien anderen” maar een begripvolle glimlach en de mededeling dat er ook bankjes stonden, waar ik gerust op mocht gaan liggen, mocht ik dat willen. En daar scoorde men opnieuw op punten, want dat wilde ik wel. Ik heb mijn jas opgevouwen, munne maat naar mijn huis gestuurd om een kussen te halen en binnen een minuut lag deze jongen comfortabel, zover dat kon, Een Vandaag te kijken op zijn telefoon. USB poorten en stopcontact zaten verwerkt in de leuning van voornoemde bank, en dus lag ik daar zo comfortabel als mijn zéér oncomfortabele buikpijn het toeliet, mijn tijd uit te liggen.

Het was nog geen half acht, krap anderhalf uur binnen dus, toen ik inmiddels slapend, in de verte een stem hoorde roepen om mijn opa.

Meneer Vlaminckx, meneer Vlaminckx. U bent meneer Vlaminckx hé, vroeg een uiterst charmante jongedame mij. Ik knikte van ja, en kreeg daarop de mededeling dat ik dan mee mocht komen. En ja hoor, ze hielp me natuurlijk even mee met het inpakken, en sjouwen van mijn tas met spullen. Onderweg naar de tweede verdieping ging ze mij voor en legde mij uit dat ze daar ook nog 8 bedden eerste hulp hadden, want het was een beetje druk. Ik dacht bij mezelf: ” Een beetje druk? Bij het vroegere Groot Ziekengasthuis hadden ze allang code zwart afgekondigd.”. De verpleegster en ik praten wat, ik probeer haar zo duidelijk mogelijk te maken dat ik als patiënt uit de categorie Lastig, Ingewikkeld, Moeilijk ( LIM ) ontzettende baat heb bij rust, duidelijkheid en herhaling. De betreffende zuster is niet meer van mijn zijde geweken, heeft mij nogmaals uitgelegd dat nuchter blijven verstandig was en waarom dat nodig was, en hoe mijn verdere verblijf op de afdeling SEH zou verlopen. En haar uitleg deugde, en telkens als er met of rondom mijn persoontje wat gebeuren moest stond ze er weer, en totdat ik definitief half dood verklaard werd, met grote kans op doorkomen, stond zij mij bij. Ding ding, klonk de bel voor de volgende ronde en wederom scoorde ze de dubbele bonus van de voorgaande ronde. Want zowaar was er een diagnose, had men mij duidelijk uitgelegd wat er aan de hand was, en hoe men mij ging genezen. Ze hebben me gisteren op dag 4 toch nog een keer moeten uitleggen dat je heus wel een kleine darmperforatie kan hebben, en dat ze die toch niet operatief hoeven te dichten, want dat feit wil er bij deze LIM patiënt (Weet u nog? Lastig Ingewikkeld Moeilijk) niet in.

Eenmaal definitief opgenomen op de afdeling neurologie want op chirurgie was geen plaats, ging er een geheel nieuwe wereld voor mij open.

Want het was zowaar heel goed tot de lieve mensjes van de afdeling doorgedrongen dat de zojuist opgenomen LIM patiënt behoefte had aan duidelijkheid, rust, enzovoort enzovoort, waardoor ik netjes werd voorgesteld aan iedereen belast met mijn zorg. En niet op dat debiele, iets te hard uitgesproken toontje waarmee de gemiddelde Nederlander dames op leeftijd met een migratieachtergrond aanspreekt. Nee, nee mevrouw meneer, gewoon zoals het wel hoort. En aan het einde van de dienst kwam het vertrekkende vaste gezicht, het nieuwe vaste gezicht even aan mij voorstellen. Het enige dat ik ze hier maar niet afgeleerd krijg is het U en Meneer zeggen tegen mij. Maar, je bent echt wel een lul van enorm formaat als je daarover zou klagen. Kan de gemiddelde volwassenen nog een puntje aan zuigen, aan zoveel beleefdheid.

Toen ik gisteren voor de tweede keer in successie ineens nuchter moest blijven en de behandelend arts op mijn vraag of ik geopereerd ging worden, antwoordde met: “Dat weet ik niet”, ging het alsnog bijna fout. Niet dat de arts ook maar iets verkeerd deed, want ze wist het ook niet. Maar ik had mijn frustratie tegenover mijn vaste verpleegkundige er nog maar amper over uitgesproken, of tadaaa!!! Het opperhoofd, ook wel de grote Snijder genoemd, verscheen aan mijn bed. En laat hij nou gewoon weer hetzelfde verhaal vertellen als wat ze mij in vier dagen al zes keer hadden uitgelegd. U weet wel: Wel een gaatje in je darm, maar toch niet operatief ingrijpen noodzakelijk. Ze hadden mij nuchter laten blijven voor het geval ik zou decompenseren. Want het opereert nou eenmaal veel lekkerder als je niet om een volle darm stront in de maak hoeft heen te snijden… Schijnt. Hier past een uitdrukking over op je klompen kennen aanvoelen, maar ik voel helemaal niks meer aan sinds ik voor het in mijn 48 jarige leventje met spoed ben opgenomen in een ziekenhuis, en dus van tevoren en niet wist wat er komen ging, en me er al helemaal niet op had kunnen voorbereiden. En ja, dat valt me van mijzelf ook wel een beetje tegen, hoe onder de indruk ik ben van dit alles. Ook mensen met een minder avontuurlijk uitdagend verleden als deze jongen, schijnen daar last van te hebben, maar die uiten dat niet of anders ofzo… Afijn, nu, op dag vijf en zondag, begint het enigszins te wennen allemaal en kom ik wat tot rust. Wat zich, ja ik ben mij er een, vooral uit in niet kunnen slapen.

Dan nu: Het eten!

En het drinken, de telefoon, tv en andere randzaken. Ik val meteen maar met de deur in huis: Als jij de afgelopen tien jaar niet meer in het ziekenhuis in Den Bosch bent geweest of hebt gelegen, dan ga jij niet weten wat je meemaakt. Ik heb gratis tv, gratis internet, kan gratis naar buiten bellen en een mevrouw of meneer onder een gratis knop, waar ik gratis van een menukaart kan bestellen wat ik gratis mijn mik in wens te schuiven, en jou voor een luttele €7,50 mee kan laten vreten ook!

En dan praten we hier dus niet over een lullig bakkie vreten, gecomplimenteerd met een lauwe salade en iets te dunne hopjesvla na…

Nee meneer de koekepeer, a la carte. Op het niveau van der Valk motel, maar dan met wel alles vers. Bladspinazie die eruit ziet, ruikt en proeft als…. Bladspinazie! Werkelijk waar, je ogen geloven je smaakpapillen niet meneer/mevrouw! Ik heb de afgelopen dagen elke dag tijdens ontbijt, lunch en diner de polsslag moeten controleren of ik niet stiekem toch het loodje had gelegd, en ik er nog aan moest wennen… Niet normaal! Ze verlaagde op een gegeven moment de infuus input met de helft, omdat ik toch meer als genoeg dronk. Voor vandaag heb ik een halvering van de milligrammen Oxycodon gevraagd, omdat ik precies van de menukaart kan bestellen wat er wel lekker langs een darmontsteking marcheert mevrouw/meneer. Het mot echt niet gekker worre.

Voor al die ondersteuning hoeft je ook de verpleging niet meer lastig te vallen.

No sir, daar hebben ze hier een heel korps paarse hesjes m/v voor rondlopen. En van verpleging tot facilitair en helpende handjes, het loopt zich de benen onder de komt vandaan voor je, allemaal even beleefd en netjes. Als dit overal in de gezondheidszorg zo ging, kon ik mijn VN ambassadeurschap acuut neerleggen. Totaal overbodig.

Het is net sciencefiction, zoals de complete zorgverlening hier in Den Bosch is veranderd ten opzichte van toen ik, als laatste, mijn moeder afgaf in 2005.

Dus dat overstijgt een verschil van dag en nacht. Zo’n enorme kwaliteitsslag dat er hier gemaakt is. Ongelooflijk gewoon.

En dan heb ik jullie nog helemaal niets verteld over de individuele kwaliteiten van:

Eline, Anne, Tobias, Jorik, Noea of Toos. De verpleegsters op neurologie, SEH of hier op chirurgie. Over de helpende handjes die speciaal voor mij het halve ziekenhuis afzochten naar dat laatste zakje winegums, omdat ik weer mocht eten.

Dat er hier verpleegsters lopen, meneer Wilders, die en een hoofddoek dragen en qua prestaties niet onder doen, dus eigenlijk overpresteren om het deze LIM patiënt aan niets te laten ontbreken.

Ik heb jullie ook niet verteld hoe schoon mijn douche en toilet zijn.

En ben niet eens begonnen over de COVID-19 slachtoffers die vanuit het hele land hier worden geholpen zoals mensen van hier tijdens de eerste golf elders werden geholpen.

Weet je wat ik wel heb gedaan? Tegen iedere verpleegster hier gezegd dat ze bij de volgende cao onderhandelingen moeten gaan staken en moeten blijven staken als hun HBO V salaris niet tenminste gelijkgetrokken wordt met dat van een kleuterjuf of andere leerkracht basisonderwijs.

Want ik daag ze uit daar in het onderwijs. Ik daag ze uit zich solidair te verklaren met hun collega’s in de zorg. Want in vergelijking met wat die hier, met name fysiek maar ook mentaal, presteren op een dag, dan heb je als leerkracht niks te klagen, omdat ik niet wil zeggen, een luizebaantje. Want dat is zeker niet zo.

Maar wat ik hier zie aan kwaliteitszorgverlening en value based healthcare, daar kan menig zorgverlener nog een puntje aan zuigen.

Althans, dat vind ik.

VN ambassadeur rechten van de mens met een handicap en inclusieve samenleving, blogger en ontwikkelaar van het eerste VBHC concept voor in de WMO-bg thuisbegeleiding.