Vandaag een jaar geleden..

Kwam Oss tot stilstand. Iedereen in Oss schoot in een collectieve staat van shock. Vier onschuldige kleine zieltjes werden letterlijk in een klap uit ons midden weggerukt. Twee kindjes uit een gezin, en met een derde kind zwaargewond en nog twee gezinnen kapot gemaakt, mag je spreken van een ramp.

Wat ik toen zag vergeet ik nooit van mijn leven meer..

Toen ik op het nieuws zag dat er in no-time een compleet bloemen monument was ontstaan in de paar uur na het ongeluk, besloot ik na het late journaal op tv, op mijn gemak richting station Oss West te kuieren. Met het idee dan op mijn gemak een momentje stil te kunnen staan bij het enorme leed dat er had plaats gevonden. En alleen, in het besef dat de tranen al de hele avond branden achter mij ogen, en dat hoefde niet perse iemand te zien, een huilende Stefan. Nou zijn ogen altijd al slechter van kwaliteit geweest als mijn oren, maar op 3 a 400 meter van de rampplek hoorde ik al gehuil en gejammer, dat steeds harder klonk naarmate ik dichterbij kwam. En wat ik aantrof vervulde mij van verbazing verdriet en een soort van trots tegelijk. En zal ik mijn hele leven lang niet meer vergeten.

Zeker 100 mensen stonden daar bij dat spuuglelijke stationnetje

Ernaast een zee van bloemen, knuffels tekeningen en linten, uitgelicht met honderden kaarsen. Onder een hele rij partytentachtige overkappingen, die de gemeente Oss er samen met twee beveiligers had laten neerzetten. Honderd, misschien wel tweehonderd, mannen vrouwen en kinderen stonden daar. Te huilen, zachtjes te praten, en kinderen vol met vragen, die maar bleven vragen waar hun leeftijdgenootjes nu dan waren.

Gelukkig kon ik ook nog wat nuttigs doen.

Want zomaar terug naar huis gaan, dat ging niet meer. Ik was onderdeel geworden van het collectieve verdriet en de sfeer die zei dat we vannacht daar moesten zijn om die verongelukte zieltjes niet alleen te laten. Toen er vlak naast mij een moeder de antwoorden niet meer had op de vele vragen die haar jonge kinderen haar stelde, ben ik, zittend op mijn knieën, beginnen uit te leggen aan dat jongetje en meisje, dat het soms wel eerlijk is dat onze lieve heer, hele jonge kinderen bij zich roept. Gelukkig had de een haar communie al gedaan, en moest er een hem nog doen, want dan kan je dat geloof als kapstok gebruiken. En het gaf mij het gevoel iets te kunnen doen, wat een troost was.

Van wethouder, tot motorgangmember, van crimineel tot leerling van groep 4.

Het stond er, het huilde en het ging nergens naar toe. Vanaf dat moment ben ik anders aan gaan kijken naar de stad waar ik sinds 2009 woon, en zijn bewoners. Het koele, wat afstandelijke en bij tijde vijandelijke was er ineens vanaf. Oss werd daar een. En is dat gebleven ook. Tot vandaag aan toe, zo heb ik het gevoel.

En daar komen die vier schatten niet mee terug, ik weet het.

Maar vlak voordat zij met vieren uit dit leven vertrokken, legde ze nog snel een deken van collectiviteit , en eenheid over deze stad. Alles werd ineens relatief. Een man, waarvan ik weet dat ie een keiharde kop heeft en van de duvel nog niet bang is, en dat combineert met een carrière in de misdaad, stond te huilen als een klein kind naast een man die hij weken daarvoor nog de belofte had gedaan ‘m de kop van de romp te trekken. Beide huilde. En dat verbroedert.

Helemaal niks goeds komt er van zo’n ongeluk

En was dat wel dan nog had je liever gewoon je kind weer thuis. Maar dat wat ik daar, die eerste nacht, bij dat spuuglelijke stationnetje meemaakte, zal ik nooit, maar dan ook nooit meer vergeten.

Dat de lieverds mogen rusten in vrede. In de liefde van hun ouders, broertjes en zusjes, zullen worden herinnerd. En dat de ouders, grootouders, broertjes zusjes en overige familie vrienden en kennissen, de kracht moge vinden door te gaan.

“There’s a place for us. A time and place for us. Take my hand and I’ll bring you there…… someday”

Stefan Vlaminckx

%d bloggers liken dit:
Ontvang pushberichten    OK Nee bedankt